Een kleine wereld

Oaxaca, 8 december 1983

Het is later in de ochtend, richting middag en Dela en ik nippen op de Zocalo van Oaxaca een Dos Equis. De kwaliteit van de koffie is zo matig, dat een biertje aan de orde is, zeker met mijn verjaardag die morgen valt in het verschiet. Elke Mexicaanse stad heeft een Zocalo, het centrale plein omgeven door galerijen waar cafe’s, koffietenten en restaurants hun onderdak gezocht en gevonden hebben.

Ik hoor hier niet te zijn. Ziek van liefdesverdriet ben ik hals over kop mijn vriendin achterna gereisd nadat ik haar drie maanden niet gezien heb. In de zon, in een t-shirt maken we op deze decemberdag plannen voor morgen. Een borrel op een van de terrassen met vrienden die we inmiddels gemaakt hebben op de Inca-trail.

Er loopt een man langs met een kleine blonde vrouw. Ze vallen op tussen de kleine donkere mestiesen en indianen. Hij lijkt akelig veel op de co-piloot van de DC-3 die ik twee jaar hiervoor in Californie ben tegen gekomen. Ik heb nog een paar parachutesprongen met hem gemaakt. Het kan niet. Het laatste dat ik van hem gehoord heb is dat hij is gaan werken op de Noordpool als vliegtuig mecanicien. Ik twijfel.

Als ik hem roep bij zijn bijnaam loop ik geen risico. Vermijd ik het ongemak van het aanklampen van een vreemde. Ik sta op en loop hem achterna.
“Splat!”
Hij draait zich om.
“Hé Stinkin’, wat doe jij hier?”
Hij komt bij ons aan tafel zitten en we stellen onze wederzijdse vriendinnen voor.
Het vliegtuig waaraan hij werkte is door het ijs gezakt, dus hij heeft geen baan meer. Na het incident is hij terug gevlogen naar Vancouver, daar op de motor gestapt en naar Mexico gereden.

Hij hoort hier ook niet te zijn.