Gele hesjes in Maastricht

De eerste demonstratie van de gele hesjes die ik hier in Maastricht zag zal zo’n anderhalve week geleden zijn geweest. Wel geteld twaalf mensen stonden op het bordes van het gemeentehuis te toeteren en borden omhoog te houden. Het was overduidelijk te zien aan de pamfletten dat het ambulance personeel was en ik kan me voorstellen, als ik alle berichtgeving van de laatste paar jaren mag geloven, dat die absoluut reden hebben om te klagen. Om onverklaarbare redenen is het een onveilig beroep geworden en ongetwijfeld zullen ze in het kader van de alom heersende bezuinigingen ook zwaar onderbetaald zijn. Het trok slechts vertwijfelde blikken van de passanten die op weg waren om bij mode- en schoenenzaken hun geld te doneren aan een volledig ander doel.

Afgelopen zaterdag, 8 december 2018, waren er een aantal demonstraties in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Maastricht. In de laatste twee steden gingen rond de tweehonderd personen de straat op, in Rotjeknor en de Hofstad lag dat aantal wat lager. Het aantal ontevredenen is dus marginaal of misschien is het aantal ongeïnteresseerden overheersend hoog.

De cijfers naast elkaar leggend kent deze stad een opkomst die procentueel gezien, zes keer hoger ligt dan die in de hoofdstad. We hebben hier 120.000 mensen, trek daar nog eens 20.000 studenten vanaf die andere zaken aan het hoofd hebben, zoals het goedkoop inkopen van bier en dan is het gele hesjes protest in Maastricht opeens het grootste van Nederland.

Is het verklaarbaar?

In Maastricht zijn de scheidslijnen tussen arm en rijk met een mes getrokken. Ik meet alles af aan Amsterdam, ik woon hier tenslotte nog geen jaar en de stad die veertig jaar mijn residentie is geweest, is mijn referentiekader. In de hoofdstad zijn de scheidslijnen tussen arm en rijk diffuser. Het alom geprezen Maastricht, de stad die zo mooi is en rijk aan terrassen en restaurants en modezaken is maar een heel klein gebied tussen treurige nieuwbouwwijken, geannexeerde dorpen en voormalige Vogelaarbuurten. Daar is armoede en ontevredenheid.

Als je dag-in, dag-uit geconfronteerd wordt met een collectief geklaag wordt het steeds moeilijker om nog een positief licht aan het einde van die tunnel te zien. Natuurlijk gaat er veel fout in dit land, ik zal de eerste zijn om dat toe te geven, er gaat ook heel erg veel goed. Diffusie van verschillende inkomensgroepen in een wijk zorgt voor nuance. Als tegen een negatieve mening een positief geluid wordt gesteld ben je gedwongen om daar over na te denken. Als de focus alleen maar ligt op hoe zwaar je genaaid wordt, dan leidt de weg alleen maar naar de Action om een geel, volledig onmodieus kledingstuk te kopen. Dat is wat in deze stad aan de hand is en daarom loopt er een hoog percentage van de bevolking hier te demonstreren.

Ik had graag foto’s toegevoegd, maar kon niets vinden dat copyrightvrij leek, dus om gezeik te voorkomen …

Waarom je vooral niet in Maastricht moet gaan wonen.

Ik ben ervan beticht dat ik aan het bijbeunen ben voor de Maastrichtse VVV sinds ik hier woon. Zulks is niet het geval, maar is wel een idee. @visitmaastricht, leest u even mee? In het kader van een stukje ontmoedigingsbeleid, om maar eens een populaire term te gebruiken, wat puntjes die sommigen tegen kunnen staan.
Maastricht, MaasoeverElke ochtend wordt ik gewekt door ten minste drie kerkklokken, waarna een minuut later het carillon van het stadhuis zich er in dit tumult mengt en die zal zich vervolgens de rest van de dag elk uur blijven melden. Vrijdag’s en zaterdags zijn er wat avondmissen en er trouwt en overlijdt ook nog wel eens iemand. Ook bij deze gelegenheden laten de klokken zich horen. In Amsterdam genoeg  reden voor de oprichting van buurtcommitees en actiegroepen, hier beieren ze onverstoord door.

Staat er slechts een klant voor je bij de kleinere winkelier, dat betekend niet dat je snel aan de beurt bent. Gezondheden of het gebrek daaraan, famillietoestanden en het weer moeten eerst de revue passeren. Als je dan aan de beurt bent wordt er keurig geëxcuseerd dat het wat langer duurde, maar het moest. Ik begrijp het. Bij officiële instanties blijven dingen ook wel eens wat langer in een bureaula liggen. Dan is er nog het Maastrichts kwartiertje. Afspraken gaan, laten we zeggen, wat losser.

Iedereen spreekt hier Nederlands, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Wil ik een tuutsje bij mijn kemisse? Er is een trots op het Maastrichts dialect. Het wordt gesproken door alle lagen van de bevolking en niet zoals andere delen van het land toegewezen aan de lagere klassen. Patat is friet waar we zoervleis bij eten. Alleen bij de Febo heet dat zuurvlees en ik kan inmiddels een pelske of een randje bestellen en met voldoende overtuiging “hoi hoi’ zeggen.

Het stadhuis wordt opgesierd door drie vlaggen. De Europese wordt geflankeerd door de Limburgse en de Mestreechse. De enige keer dat ik de Nederlandse vlag heb gezien was toen die halfstok hing bij het overlijden van een wethouder. Luik, Aken, Keulen, Hasselt, het is allemaal belangrijker dan Den Haag of Amsterdam. Dus als je tegen de de Europese gedachte bent is dit niet de goede plek.

Er is veel meer. Het gevoel van eigen identiteit, mannen met sjaaltjes, tip-top verzorgde vrouwen, processies, Andre Rieu die het centrum lamlegt.
Geef iets meer fooi als je een weekendje langskomt, je bent tenslotte een zuinige Hollander.