Hoe schrijf je een bestseller – Maria Genova

Hoe schrijf je een bestseller - Maria GenovaIk ben altijd een beetje huiverig van boeken en artikelen met dit soort titels. Veelal worden ze geschreven door mensen die in de categorie “Those who can, do. Those who can’t, teach” vallen. Die hebben dus heel erg veel verstand van iets dat ze niet beheersen of in ieder geval dat niet bewezen hebben. Maria Genova heeft een dertiental titels op haar naam staan, waarvan sommigen de twaalfde druk bereikt hebben en dat trok me over de streep om dit boek uit de bibliotheek te halen. Ze kan dus wel degelijk een bestseller schrijven en dat schept vertrouwen. Haar boeken “Het Duivelskind” en “Komt een vrouw bij de h@cker” zijn daar de voorbeelden van.

Creativiteit en regels staan doorgaans op een licht gespannen voet. Taal kent strakkere richtlijnen dan bijvoorbeeld de schilderkunst, maar als Karel Appel in de jaren vijftig zo verstandig was geweest om geen acryl- met olieverf te mengen was een aantal restaurateurs veel hoofdpijn bespaard gebleven. In die discipline gelden dus ook wetten. Taal is de verf van de schrijver en vice versa.

Ze begint lichtvoetig met de fouten van beroemdheden, hun afwijzingen, twijfels, depressies en ander anekdotisch materiaal. Alles bedoeld om “de beginnende schrijver” een hart onder de riem te steken, gelardeerd met hilarische voorbeelden. “De sneeuw viel geluidloos.” Ja, heb je wel eens sneeuw met een teringherrie horen vallen? Is een van haar commentaren.

Met 101 tips en de meest gemaakte fouten

luidt de ondertitel. Gelukkig zet ze die 101 tips niet achter elkaar maar introduceert ze deze tussen de grotere adviezen door in groepjes die variëren van het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden tot grove grammaticale fouten. Een prettige constructie. Ze is overigens een uitgesproken tegenstander van veel bijvoeglijke naamwoorden en ellenlange volzinnen. Harry Mulisch en Connie Palmen hadden volgens haar regels geen boek verkocht. Gelukkig zijn het tips.

Voor mij werd het laatste deel van het boek het meest interessant, waar de voorgaande delen vaak voelde als het intrappen van open deuren, was daar informatie te vinden over uitgeverijen, agenten, promotie in al zijn vormen en verwijzingen naar sites waar meer specifieke informatie te vinden is.

Kopen of terug naar de bieb?

Dit boek is voor mij waardevol gebleken. Een aantal tips blijken nuttig en dat geldt ook voor de praktische informatie die ik nog niet had. De bevestiging dat ik een groot aantal zaken in mijn eigen manuscript, dat strikt gesproken een typoscript is, want er is geen vulpen aan te pas gekomen, goed heb aangepakt is meer dan prettig. Het is echter te eenvoudig van opzet om als naslagwerk in de kast te zetten. Een boek dat al jarenlang in die boekenkast resideert en waar ik wel regelmatig naar teruggrijp is “Making a Good Script Great” van Linda Seger. Een werk dat dieper graaft en technieken als het opzetten van spanningsbogen, het gewicht van karakters, het vooraankondigen van gebeurtenissen en het introduceren van personages in extenso uitlegt. Dat is een boek waarin ik nog regelmatig iets in opzoek en ook al gaat dat over filmscripts, er zijn genoeg parallelen met het creëren van een boek.
“Hoe schrijf je een bestseller?” gaat terug naar de bibliotheek, maar niet nadat ik de informatie van waarde gefotografeerd heb.

“Als je een goed boek schrijft, kan dat het leven van andere mensen verrijken. Het verrijkt in elk geval je eigen leven,” relativeert Maria op een van de laatste pagina’s haar boektitel en dat is wellicht de meest onmisbare tip.

Op zoek naar een agent

Het verhaal is geschreven, dus nu ligt er een manuscript. Een pak papier van bijna 500 vellen, dat een boek wil worden. De meest voor de hand liggende stap is om het op te sturen naar uitgeverijen, zodat na een aantal afwijzingen er een gevonden wordt die de commerciële mogelijkheden erkent en het uitgeeft. Het uitgeverijwezen kent een grote complexiteit. Uitgevers hebben fondsen die zich specialiseren op genres, die op hun beurt het moeten doen met een budget dat niet oneindig is. Het gerucht gaat dat het gemiddelde boekenbedrijf zo’n 1200 manuscripten per jaar ontvangt waarvan ongeveer 1 procent daadwerkelijk met een drukpers in aanraking komt. Om het niet tot schieten met hagel te laten verworden, die ook nog eens gepaard gaat met aanzienlijke print- en portokosten, zou een uitgebreid onderzoek noodzakelijk zijn. Grote delen van mijn freelance bestaan zijn bepaald door agenten, headhunters, recruitmentbureaus, talent scouts en andere met modieuze namen behangen bemiddelaars. Deze vertegenwoordigers rekenen uiteraard percentages die varieren tussen uitermate redelijk en volslagen absurd, maar onder de streep blijft er altijd een bedrag over dat hoger is dan ik met mijn persoonlijke verkoop zou kunnen bereiken. De keuze om een literair agent te zoeken ligt dus om een aantal redenen voor de hand. Bijkomend voordeel is dat, waar utgeverijen het werk graag op papier willen hebben om de zweem van mogelijk plagiaat te vermijden, agentschappen er geen bezwaar tegen hebben om het schrijfsel in digitale vorm te ontvangen. Als er uit die hoek iets verdachts zou verschijnen zou de reputatieschade groot zijn. En dat spaart postzegels, pakpapier en een gang naar de printshop.

Zo simpel is het dus, of … ?

genres keuze stressHet indienen van een manuscript dient vergezeld te gaan van zaken als een persoonsbeschrijving en een synopsis. Dan ontstaan de variaties. De een wil het hele verhaal, de ander een deel en de derde wil het strikt gelimiteerd hebben op vijftig pagina’s. Corps 12 als vereiste lettermaat op regelafstand anderhalf is vrij universeel, dat geldt niet voor het gevraagde lettertype. Times Roman, Times New Roman en Tahoma zijn enkele varianten die ik ben tegengekomen. Als dit alles zou zijn wat gevraagd wordt is de hoeveelheid vereiste arbeid te overzien. De laatste agent die ik van mijn volume heb voorzien wilde nog iets meer weten en dat ontaardde wel in werk. Dat ze een titel wil weten is begrijpelijk, maar dan volgt de vraag welk genre het is waarbij ik kan kiezen uit een uitklapmenu met 31 vermeldingen. Religie, management en young adult vallen uiteraard af evenals populaire psychologie, waarna twijfel ik tussen literaire fictie en commerciële roman. Het eerste lijkt me iets te pretentieus. Het geschatte aantal woorden is eenvoudig; mijn tekstverwerker heeft dat bijgehouden. 208.546. Omschrijving doelgroep. Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik heb er geen voor ogen gehad toen ik mijn verhaal schreef. Vakantiegangers met een afgeronde HAVO-opleiding? Vrouwen boven de vijfendertig met uitzonderlijke mooie benen? Bouwvakkers met een afgebroken filosofiestudie? Ik laat het maar leeg. “Beschrijving personages, locaties, onderwerpen en thema’s” Personages en locaties is relatief eenvoudig als ik me beperk tot de hoofdpersonen en Schotland, Amsterdam en Maastricht. Onderwerpen en thema’s vereist een analyse van mijn eigen werk, waar ik me nog niet aan geweid heb. Geld, auto’s, lekker eten en heel veel witte wijn dekt de lading wel grotendeels, maar ik moet dat ingewikkelder maken om een schijn van intellectualiteit te wekken. Het verhaal gaat over keuzes en het lukt omdat tot honderdvijftig woorden om te ouwehoeren. Er mogen plaatjes bij en gelukkig heb ik een paar tekeningen liggen die voor het boek gemaakt zijn en dan na twee dagen noeste arbeid kan ik op de knop verzenden drukken.

Lastig: over mijzelf schrijven

Het opsturen van een manuscript naar agenten vereist naast een synopsis ook een korte beschrijving van de schrijver. Een stuk componeren over een ander heb ik weinig moeite mee, voor mijzelf ligt dat een stuk lastiger.

Ronald van den Boogaard – 1953

Na jeugdige omzwervingen door de verpleging, vliegtuigschoonmakerij en diverse kantoren, vestigde hij zich in 1980 als freelance illustrator. Er werd heel veel getekend voor reclame-uitingen, maar ook LP-hoezen, boekomslagen en tekenfilmpjes werden in het repertoire opgenomen.

Nadat de routine had toegeslagen werd het pad vervolgd als art-director. Bij diverse grote en minder grote reclameburo’s en een aantal jaren freelance. Uiteraard betekende dit dat de dagen verbracht werden als creatief team met een copywriter als kompaan. In deze kruisbestuiving werd veel geleerd over het schrijven van korte en langere teksten.

Een huwelijk met de schrijfster Erica Heller (ja, de dochter van) leidde tot het samenwerken voor filmmaatschappij Punch Productions in New York. Diverse scripts en verhaallijnen werden ontwikkeld, die helaas niet hebben geleid tot een aanschouwbaar resultaat.

Na de scheiding, tweeeneenhalf jaar later, volgde een korte periode als autonoom kunstenaar. Op miraculeuze wijze raakte hij in IT verzeild.

Illustreren, het art-directorschap, de kunst en zelfs web-development. De gemeenschappelijke noemer is altijd verhalen vertellen. Weliswaar in beeld. Maar toch.

Nu is de tijd aan gebroken om dat in woord te doen.

Waarom zou je ging ik een boek schrijven?

Ik heb een vriendin die me altijd vertelde dat iedereen haar zei dat ze een boek moest schrijven over haar leven. Dat leven leek alles te omvatten; drama, de diepste dalen, de hoogste hoogtepunten omlijst met grappige en minder grappige anekdotes. Ze kon er prachtig over vertellen. Dus ja, dat zou zo maar eens een mooi boek kunnen worden.

De jaren schreden voort en de mededeling dat ze toch eens een boek moest schrijven verwerd tot een tantrum. Ze zou het moeten doen, maar het boek kwam er niet. Op een avond kwam het onderwerp voor de zoveelste keer weer eens voorbij in een telefoongesprek. Voor de evenveelste keer heb ik haar uitgelegd waarom ze het vooral wel moest doen, maar er was een aanhoudende lijst met bezwaren. Op de een of andere manier moest ik eens kans zien om die te doorbreken.
Ik heb een vers patroon in mijn favoriete vulpen (een Waterman Hémisphère) gestopt en heb haar een brief geschreven.
Ik heb twee decennia gewerkt voor en bij reklamebureaus, jaren tegenover copywriters gezeten, ben met een schrijfster getrouwd geweest en bemoei me regelmatig met kunst. Dus over creativiteit, schrijven, de bottlenecks, de valkuilen en de blokkades heb ik wel iets zinnigs op te merken. Twaalf kantjes later, exclusief tekeningetje en gedichtje, lag er een epistel waarvan ik hoopte dat het haar schrijven in gang zou zetten. Een avondwandeling naar de brievenbus sloot die avond af.

En toen ik

“Als je het nou allemaal zo goed weet, van den Boogaard, waarom schrijf je niet?” was mijn eerste gedachte de volgende ochtend. Na een paar koppen koffie heb ik mij om kwart over tien ‘s ochtend op 19 juli 2015 achter het toetsenbord gezet. Zonder enig idee en alleen met een eerste zin. “Er wordt geklopt”. Al snel ontstond de gedachte over de man die geen keuzes kon maken voor zijn toekomst en dat hij die in Schotland moest gaan zoeken. Verder was er geen plot, geen verhaallijn en vooral geen plan.
Wat volgde was een avontuur. Het boek ging niet alleen over een reis, het nam me mee op reis, naar pagina’s waarvan ik het bestaan nooit vermoed had. Drie jaar en twee maanden later is het verhaal af. Nog enige correctie en kleine herschrijfsels moeten gepleegd worden, maar 208.000 woorden staan min of meer in de goede volgorde.

Zij is, hoewel het nog een tijd geduurd heeft, begonnen met haar eigen reis.

Op zoek naar Jan de Groot. Het boek.

De ouders van Dirk en Bert-Jan overlijden op hoge leeftijd. De erfenis blijkt veel complexer dan aanvankelijk verwacht en het vermogen van beide groeit. Bert-Jan zal waarschijnlijk een nieuwe auto kopen en een serre laten bouwen. Voor Dirk liggen de zaken wat moeilijker. Hij kan nu, binnen grenzen, de rest van zijn leven gaan doen wat hij wil. Een vraag waar hij niet direct antwoord op weet.
Kaart van SchotlandHij huurt een camper en reist af naar Schotland in de verwachting dat hij daar de ideeën en antwoorden zal krijgen oor dit dilemma.

Na de eerste dagen als toerist te hebben doorgebracht gaan zaken fout. Een kapot navigatiesysteem en een val van een berg in oprukkend noodweer zijn slechts de aankondiging van grotere drama’s.

Gedesillusioneerd keert hij weer terug naar Amsterdam, waar hij geen kans ziet om zich over de rampzalige gebeurtenissen heen te zetten en nog steeds geen antwoord heeft op de vraag hoe hij zijn toekomst gaat vormgeven. Het gaat niet goed met Dirk. Zijn broer, wiens leven ook een paar onverwachte wendingen heeft genomen, ziet kans om hem uit het dal te trekken.

Een verhuizing en hernieuwde activiteiten doen hem het doorstane leed vergeten. Het lijkt er zelfs op dat hij toch zijn bestemming gevonden heeft. Dan duikt het recente verleden weer op …