Op zoek naar een agent

Het verhaal is geschreven, dus nu ligt er een manuscript. Een pak papier van bijna 500 vellen, dat een boek wil worden. De meest voor de hand liggende stap is om het op te sturen naar uitgeverijen, zodat na een aantal afwijzingen er een gevonden wordt die de commerciële mogelijkheden erkent en het uitgeeft. Het uitgeverijwezen kent een grote complexiteit. Uitgevers hebben fondsen die zich specialiseren op genres, die op hun beurt het moeten doen met een budget dat niet oneindig is. Het gerucht gaat dat het gemiddelde boekenbedrijf zo’n 1200 manuscripten per jaar ontvangt waarvan ongeveer 1 procent daadwerkelijk met een drukpers in aanraking komt. Om het niet tot schieten met hagel te laten verworden, die ook nog eens gepaard gaat met aanzienlijke print- en portokosten, zou een uitgebreid onderzoek noodzakelijk zijn. Grote delen van mijn freelance bestaan zijn bepaald door agenten, headhunters, recruitmentbureaus, talent scouts en andere met modieuze namen behangen bemiddelaars. Deze vertegenwoordigers rekenen uiteraard percentages die varieren tussen uitermate redelijk en volslagen absurd, maar onder de streep blijft er altijd een bedrag over dat hoger is dan ik met mijn persoonlijke verkoop zou kunnen bereiken. De keuze om een literair agent te zoeken ligt dus om een aantal redenen voor de hand. Bijkomend voordeel is dat, waar utgeverijen het werk graag op papier willen hebben om de zweem van mogelijk plagiaat te vermijden, agentschappen er geen bezwaar tegen hebben om het schrijfsel in digitale vorm te ontvangen. Als er uit die hoek iets verdachts zou verschijnen zou de reputatieschade groot zijn. En dat spaart postzegels, pakpapier en een gang naar de printshop.

Zo simpel is het dus, of … ?

genres keuze stressHet indienen van een manuscript dient vergezeld te gaan van zaken als een persoonsbeschrijving en een synopsis. Dan ontstaan de variaties. De een wil het hele verhaal, de ander een deel en de derde wil het strikt gelimiteerd hebben op vijftig pagina’s. Corps 12 als vereiste lettermaat op regelafstand anderhalf is vrij universeel, dat geldt niet voor het gevraagde lettertype. Times Roman, Times New Roman en Tahoma zijn enkele varianten die ik ben tegengekomen. Als dit alles zou zijn wat gevraagd wordt is de hoeveelheid vereiste arbeid te overzien. De laatste agent die ik van mijn volume heb voorzien wilde nog iets meer weten en dat ontaardde wel in werk. Dat ze een titel wil weten is begrijpelijk, maar dan volgt de vraag welk genre het is waarbij ik kan kiezen uit een uitklapmenu met 31 vermeldingen. Religie, management en young adult vallen uiteraard af evenals populaire psychologie, waarna twijfel ik tussen literaire fictie en commerciële roman. Het eerste lijkt me iets te pretentieus. Het geschatte aantal woorden is eenvoudig; mijn tekstverwerker heeft dat bijgehouden. 208.546. Omschrijving doelgroep. Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik heb er geen voor ogen gehad toen ik mijn verhaal schreef. Vakantiegangers met een afgeronde HAVO-opleiding? Vrouwen boven de vijfendertig met uitzonderlijke mooie benen? Bouwvakkers met een afgebroken filosofiestudie? Ik laat het maar leeg. “Beschrijving personages, locaties, onderwerpen en thema’s” Personages en locaties is relatief eenvoudig als ik me beperk tot de hoofdpersonen en Schotland, Amsterdam en Maastricht. Onderwerpen en thema’s vereist een analyse van mijn eigen werk, waar ik me nog niet aan geweid heb. Geld, auto’s, lekker eten en heel veel witte wijn dekt de lading wel grotendeels, maar ik moet dat ingewikkelder maken om een schijn van intellectualiteit te wekken. Het verhaal gaat over keuzes en het lukt omdat tot honderdvijftig woorden om te ouwehoeren. Er mogen plaatjes bij en gelukkig heb ik een paar tekeningen liggen die voor het boek gemaakt zijn en dan na twee dagen noeste arbeid kan ik op de knop verzenden drukken.

Lastig: over mijzelf schrijven

Het opsturen van een manuscript naar agenten vereist naast een synopsis ook een korte beschrijving van de schrijver. Een stuk componeren over een ander heb ik weinig moeite mee, voor mijzelf ligt dat een stuk lastiger.

Ronald van den Boogaard – 1953

Na jeugdige omzwervingen door de verpleging, vliegtuigschoonmakerij en diverse kantoren, vestigde hij zich in 1980 als freelance illustrator. Er werd heel veel getekend voor reclame-uitingen, maar ook LP-hoezen, boekomslagen en tekenfilmpjes werden in het repertoire opgenomen.

Nadat de routine had toegeslagen werd het pad vervolgd als art-director. Bij diverse grote en minder grote reclameburo’s en een aantal jaren freelance. Uiteraard betekende dit dat de dagen verbracht werden als creatief team met een copywriter als kompaan. In deze kruisbestuiving werd veel geleerd over het schrijven van korte en langere teksten.

Een huwelijk met de schrijfster Erica Heller (ja, de dochter van) leidde tot het samenwerken voor filmmaatschappij Punch Productions in New York. Diverse scripts en verhaallijnen werden ontwikkeld, die helaas niet hebben geleid tot een aanschouwbaar resultaat.

Na de scheiding, tweeeneenhalf jaar later, volgde een korte periode als autonoom kunstenaar. Op miraculeuze wijze raakte hij in IT verzeild.

Illustreren, het art-directorschap, de kunst en zelfs web-development. De gemeenschappelijke noemer is altijd verhalen vertellen. Weliswaar in beeld. Maar toch.

Nu is de tijd aan gebroken om dat in woord te doen.

Cascades

cascades #1

Vanwege een bovenmatige interesse in wiskunde op de middelbare school was ik geabonneerd op het blaadje Pythagoras waarin ik voor het eerst iets vernam over binair rekenen. Het fenomeen van het optellen van nullen en enen werd gedemonstreerd aan de hand van mechanische constructies. De flip-flop machines. Knikkers rolden over een verticaal boord door een aantal wipjes die een linker of een rechterpositie aannemen. Die representeren de nul of de een en laten zien hoe binair rekenen werkt.

Iemand vertelt me iets over big data marketing terwijl ik walnoten zit te doppen en door die associatie ontstaat een idee. Walnoten in een regelmatig patroon op een paneel plakken en daar gepigmenteerde bijenwas doorheen laten stromen. De uitkomst moet vergelijkbaar zijn met die van de binaire machines. Er zijn legio variabelen in het spel, dus die uitkomst is er niet, de logica wordt verslagen en toevalligheden bepalen de uitkomst.

Wetenschap versus spiritualiteit

In de wetenschap is het zo dat als iets niet herhaalbaar bewezen kan worden het niet bestaat of waar is. Dit staat op gespannen voet met spiritualiteit en religie, waar zaken bestaan zijn op geheel andere gronden. Ongetwijfeld zal er een academicus zijn die de formule kan schrijven die verklaart waarom de toevalligheden geen toeval zijn. Variaties in de grootte van de notendoppen, verschillen in smelttemperaturen en de zijwind in mijn atelier hebben allen waarschijnlijk hun invloed.

Voor mij is deze serie werken het commentaar op de ongebreidelde aanhang van de logica. Als het leven logisch was en ontdaan van toevalligheden zou het er heel anders uitzien. Waarschijnlijk een stuk saaier.

Cascades #1 – A propos de des données, 48 x 53 cm op paneel. Walnotendoppen, was en pigmenten.

Copyrights en ik, een gespannen verhouding

creative commons
“Creative Commons 10th Birthday Celebration San Francisco” by Timothy Vollmer is licensed under CC BY 2.0

In ’80/’81 woonde ik op het Perris Valley Parachute Center in California Ik verdiende daar mijn geld met parachutes vouwen, de bar bedienen en het ontwerpen van bedrukkingen van t-shirts. Drie jaar later kwam ik er weer langs en zag met enige verbazing dat er shirts rond liepen die zeker van mijn hand waren, maar aar ik me niet van kon herinneren dat ik of iemand anders ze had laten drukken. Het bleek dat na mijn vertrek in de vorige periode mijn tekeningen uit het vuil waren gehaald en dat er een aantal shirts van gedrukt waren. Ik had me daar natuurlijk erg over kunnen opwinden, want natuurlijk was er iemand die de kledingstukken verkocht had en dat had zeker enige winst opgeleverd. Ik heb het erbij gelaten. Ik vond het niet belangrijk.

Het geeft goed weer hoe ik tegenover mijn eigen “Intellectueel eigendom” sta. Je verzint iets en dan is het je eigendom? Het is een concept waar ik wat moeite mee heb, te meer daar ik regelmatig het gevoel heb dat ik als doorgeefluik fungeer, dan dat ik zelf iets creëer, om nog maar te zwijgen over de “happy little accidents” (©Bob Ross) en voortdurende toevalligheden, waarvan ©Willem de Ridder ooit zei dat het zo heet omdat het je toevalt.
Tegelijkertijd vind ik dat je niet mag stelen en dat credit is, where credit is due. Met de verregaande staat van digitalisering is kopiëren nog eenvoudiger geworden dan het al was. Het platen lenen bij de bibliotheek en die vervolgens opnemen op de bandrecorder was ook niet heel moeilijk, maar toch tijdrovender. Fotografen lijken het hardst getroffen, maar voor de bezigheden die ik verricht lijkt het hele idee van intellectueel eigendom veel minder relevant. Kunst die uitgeprint wordt heeft nooit die kwaliteit als het echte werk, als er een tekst van mij geleend wordt zou het leuk zijn als mijn naam vermeld wordt. Copyright is ook pretentieus. De advertentie van de eigen genialiteit. Kijk mij eens geweldig zijn. Daar schuilt ook iets pathetisch in.

Dus: copyrights volgens de Creative Commons

Ik ben gelukkig niet de enige die er zo over denkt en daarvoor heeft de Creative Commons licenties in het leven geroepen om delen en lenen onder voorwaarden mogelijk te maken. Deze pagina’s vallen onder Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License. Dat betekent dat je mag lenen, kopiëren en bewerken wat je hier vind, zo lang je dat maar doet onder dezelfde licentie met een link naar het originele materiaal en het niet voor commerciële doeleinden is. Als je mijn werk deelt en je verdient er wat aan dan wil ik graag meedelen in de opbrengsten.

Ben ik nu een tevreden mens?

Niet helemaal en misschien ga ik in de toekomst nog wel eens naar een eenvoudiger licentie die alleen maar zegt dat alles wat je hier meeneemt niet onder je eigen copyright mag vallen.

Waarom zou je ging ik een boek schrijven?

Ik heb een vriendin die me altijd vertelde dat iedereen haar zei dat ze een boek moest schrijven over haar leven. Dat leven leek alles te omvatten; drama, de diepste dalen, de hoogste hoogtepunten omlijst met grappige en minder grappige anekdotes. Ze kon er prachtig over vertellen. Dus ja, dat zou zo maar eens een mooi boek kunnen worden.

De jaren schreden voort en de mededeling dat ze toch eens een boek moest schrijven verwerd tot een tantrum. Ze zou het moeten doen, maar het boek kwam er niet. Op een avond kwam het onderwerp voor de zoveelste keer weer eens voorbij in een telefoongesprek. Voor de evenveelste keer heb ik haar uitgelegd waarom ze het vooral wel moest doen, maar er was een aanhoudende lijst met bezwaren. Op de een of andere manier moest ik eens kans zien om die te doorbreken.
Ik heb een vers patroon in mijn favoriete vulpen (een Waterman Hémisphère) gestopt en heb haar een brief geschreven.
Ik heb twee decennia gewerkt voor en bij reklamebureaus, jaren tegenover copywriters gezeten, ben met een schrijfster getrouwd geweest en bemoei me regelmatig met kunst. Dus over creativiteit, schrijven, de bottlenecks, de valkuilen en de blokkades heb ik wel iets zinnigs op te merken. Twaalf kantjes later, exclusief tekeningetje en gedichtje, lag er een epistel waarvan ik hoopte dat het haar schrijven in gang zou zetten. Een avondwandeling naar de brievenbus sloot die avond af.

En toen ik

“Als je het nou allemaal zo goed weet, van den Boogaard, waarom schrijf je niet?” was mijn eerste gedachte de volgende ochtend. Na een paar koppen koffie heb ik mij om kwart over tien ‘s ochtend op 19 juli 2015 achter het toetsenbord gezet. Zonder enig idee en alleen met een eerste zin. “Er wordt geklopt”. Al snel ontstond de gedachte over de man die geen keuzes kon maken voor zijn toekomst en dat hij die in Schotland moest gaan zoeken. Verder was er geen plot, geen verhaallijn en vooral geen plan.
Wat volgde was een avontuur. Het boek ging niet alleen over een reis, het nam me mee op reis, naar pagina’s waarvan ik het bestaan nooit vermoed had. Drie jaar en twee maanden later is het verhaal af. Nog enige correctie en kleine herschrijfsels moeten gepleegd worden, maar 208.000 woorden staan min of meer in de goede volgorde.

Zij is, hoewel het nog een tijd geduurd heeft, begonnen met haar eigen reis.

Op zoek naar Jan de Groot. Het boek.

De ouders van Dirk en Bert-Jan overlijden op hoge leeftijd. De erfenis blijkt veel complexer dan aanvankelijk verwacht en het vermogen van beide groeit. Bert-Jan zal waarschijnlijk een nieuwe auto kopen en een serre laten bouwen. Voor Dirk liggen de zaken wat moeilijker. Hij kan nu, binnen grenzen, de rest van zijn leven gaan doen wat hij wil. Een vraag waar hij niet direct antwoord op weet.
Kaart van SchotlandHij huurt een camper en reist af naar Schotland in de verwachting dat hij daar de ideeën en antwoorden zal krijgen oor dit dilemma.

Na de eerste dagen als toerist te hebben doorgebracht gaan zaken fout. Een kapot navigatiesysteem en een val van een berg in oprukkend noodweer zijn slechts de aankondiging van grotere drama’s.

Gedesillusioneerd keert hij weer terug naar Amsterdam, waar hij geen kans ziet om zich over de rampzalige gebeurtenissen heen te zetten en nog steeds geen antwoord heeft op de vraag hoe hij zijn toekomst gaat vormgeven. Het gaat niet goed met Dirk. Zijn broer, wiens leven ook een paar onverwachte wendingen heeft genomen, ziet kans om hem uit het dal te trekken.

Een verhuizing en hernieuwde activiteiten doen hem het doorstane leed vergeten. Het lijkt er zelfs op dat hij toch zijn bestemming gevonden heeft. Dan duikt het recente verleden weer op …

Bed and Breakfast Joke de Groot. Nieuwe site.

Joke de Groot runt een Bed and Breakfast in oostelijk Maastricht en heeft dus een website. Die was inmiddels vier jaar oud en ingehaald door de techniek. Het werkte goed op een laptop, maar niet op telefoon of tablet. Ook de tekst was achtergebleven bij de ontwikkelingen.

Breakfast and bed Joke de GrootAls je een accommodatie boekt, dan heb je de bestemming al gekozen en dus kan de informatie over de stad, in dit geval Maastricht, summier zijn. Uit de reviews die in de loop der jaren gegeven werden bleek dat zij als gastvrouw erg gewaardeerd werd. Het mocht dus persoonlijker, zowel in de tekst als tone-of-voice. Zo kwamen er nog eental eisen boven tafel; prijzen en info over de B&B kunnen toegankelijker.

Dat betekende het compleet herschrijven van de teksten en herstructureren van de site. Dan is het beter om al het oude weg te gooien en opnieuw te beginnen. Dat is gebeurd. Er is gekozen voor een zogenaamde one-pager zodat alles goed te bekijken is op een smartphone. De teksten moesten compacter geschreven moesten worden en uiteindelijk werd het een compleet redesign. De eerste reacties zijn uitermate positief. Nu gaat de klant kijken wat het effect is op het aantal boekingen dat eruit komt. Het is tenslotte niet voor de kat zijn k..

bedandbreakfast.jokedegroot.nl

Waarom je vooral niet in Maastricht moet gaan wonen.

Ik ben ervan beticht dat ik aan het bijbeunen ben voor de Maastrichtse VVV sinds ik hier woon. Zulks is niet het geval, maar is wel een idee. @visitmaastricht, leest u even mee? In het kader van een stukje ontmoedigingsbeleid, om maar eens een populaire term te gebruiken, wat puntjes die sommigen tegen kunnen staan.
Maastricht, MaasoeverElke ochtend wordt ik gewekt door ten minste drie kerkklokken, waarna een minuut later het carillon van het stadhuis zich er in dit tumult mengt en die zal zich vervolgens de rest van de dag elk uur blijven melden. Vrijdag’s en zaterdags zijn er wat avondmissen en er trouwt en overlijdt ook nog wel eens iemand. Ook bij deze gelegenheden laten de klokken zich horen. In Amsterdam genoeg  reden voor de oprichting van buurtcommitees en actiegroepen, hier beieren ze onverstoord door.

Staat er slechts een klant voor je bij de kleinere winkelier, dat betekend niet dat je snel aan de beurt bent. Gezondheden of het gebrek daaraan, famillietoestanden en het weer moeten eerst de revue passeren. Als je dan aan de beurt bent wordt er keurig geëxcuseerd dat het wat langer duurde, maar het moest. Ik begrijp het. Bij officiële instanties blijven dingen ook wel eens wat langer in een bureaula liggen. Dan is er nog het Maastrichts kwartiertje. Afspraken gaan, laten we zeggen, wat losser.

Iedereen spreekt hier Nederlands, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Wil ik een tuutsje bij mijn kemisse? Er is een trots op het Maastrichts dialect. Het wordt gesproken door alle lagen van de bevolking en niet zoals andere delen van het land toegewezen aan de lagere klassen. Patat is friet waar we zoervleis bij eten. Alleen bij de Febo heet dat zuurvlees en ik kan inmiddels een pelske of een randje bestellen en met voldoende overtuiging “hoi hoi’ zeggen.

Het stadhuis wordt opgesierd door drie vlaggen. De Europese wordt geflankeerd door de Limburgse en de Mestreechse. De enige keer dat ik de Nederlandse vlag heb gezien was toen die halfstok hing bij het overlijden van een wethouder. Luik, Aken, Keulen, Hasselt, het is allemaal belangrijker dan Den Haag of Amsterdam. Dus als je tegen de de Europese gedachte bent is dit niet de goede plek.

Er is veel meer. Het gevoel van eigen identiteit, mannen met sjaaltjes, tip-top verzorgde vrouwen, processies, Andre Rieu die het centrum lamlegt.
Geef iets meer fooi als je een weekendje langskomt, je bent tenslotte een zuinige Hollander.