Hoe schrijf je een bestseller – Maria Genova

Hoe schrijf je een bestseller - Maria GenovaIk ben altijd een beetje huiverig van boeken en artikelen met dit soort titels. Veelal worden ze geschreven door mensen die in de categorie “Those who can, do. Those who can’t, teach” vallen. Die hebben dus heel erg veel verstand van iets dat ze niet beheersen of in ieder geval dat niet bewezen hebben. Maria Genova heeft een dertiental titels op haar naam staan, waarvan sommigen de twaalfde druk bereikt hebben en dat trok me over de streep om dit boek uit de bibliotheek te halen. Ze kan dus wel degelijk een bestseller schrijven en dat schept vertrouwen. Haar boeken “Het Duivelskind” en “Komt een vrouw bij de h@cker” zijn daar de voorbeelden van.

Creativiteit en regels staan doorgaans op een licht gespannen voet. Taal kent strakkere richtlijnen dan bijvoorbeeld de schilderkunst, maar als Karel Appel in de jaren vijftig zo verstandig was geweest om geen acryl- met olieverf te mengen was een aantal restaurateurs veel hoofdpijn bespaard gebleven. In die discipline gelden dus ook wetten. Taal is de verf van de schrijver en vice versa.

Ze begint lichtvoetig met de fouten van beroemdheden, hun afwijzingen, twijfels, depressies en ander anekdotisch materiaal. Alles bedoeld om “de beginnende schrijver” een hart onder de riem te steken, gelardeerd met hilarische voorbeelden. “De sneeuw viel geluidloos.” Ja, heb je wel eens sneeuw met een teringherrie horen vallen? Is een van haar commentaren.

Met 101 tips en de meest gemaakte fouten

luidt de ondertitel. Gelukkig zet ze die 101 tips niet achter elkaar maar introduceert ze deze tussen de grotere adviezen door in groepjes die variëren van het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden tot grove grammaticale fouten. Een prettige constructie. Ze is overigens een uitgesproken tegenstander van veel bijvoeglijke naamwoorden en ellenlange volzinnen. Harry Mulisch en Connie Palmen hadden volgens haar regels geen boek verkocht. Gelukkig zijn het tips.

Voor mij werd het laatste deel van het boek het meest interessant, waar de voorgaande delen vaak voelde als het intrappen van open deuren, was daar informatie te vinden over uitgeverijen, agenten, promotie in al zijn vormen en verwijzingen naar sites waar meer specifieke informatie te vinden is.

Kopen of terug naar de bieb?

Dit boek is voor mij waardevol gebleken. Een aantal tips blijken nuttig en dat geldt ook voor de praktische informatie die ik nog niet had. De bevestiging dat ik een groot aantal zaken in mijn eigen manuscript, dat strikt gesproken een typoscript is, want er is geen vulpen aan te pas gekomen, goed heb aangepakt is meer dan prettig. Het is echter te eenvoudig van opzet om als naslagwerk in de kast te zetten. Een boek dat al jarenlang in die boekenkast resideert en waar ik wel regelmatig naar teruggrijp is “Making a Good Script Great” van Linda Seger. Een werk dat dieper graaft en technieken als het opzetten van spanningsbogen, het gewicht van karakters, het vooraankondigen van gebeurtenissen en het introduceren van personages in extenso uitlegt. Dat is een boek waarin ik nog regelmatig iets in opzoek en ook al gaat dat over filmscripts, er zijn genoeg parallelen met het creëren van een boek.
“Hoe schrijf je een bestseller?” gaat terug naar de bibliotheek, maar niet nadat ik de informatie van waarde gefotografeerd heb.

“Als je een goed boek schrijft, kan dat het leven van andere mensen verrijken. Het verrijkt in elk geval je eigen leven,” relativeert Maria op een van de laatste pagina’s haar boektitel en dat is wellicht de meest onmisbare tip.

Mijn moment – 2018

“Mijn moment” is de site van Henk-Jan Winkeldermaar/Punkmedia waarop bloggers terugblikken op hun jaar. Daar word je voor uitgenodigd en aangezien ik nog niet eens tot de D-list van bloggers behoor zal die vraag er wel nooit komen. Ik kaap hier dus die titel.

Een jaar en vier dagen geleden verruilde ik Amsterdam voor Maastricht. Die gebeurtenis zorgt voor een aanhoudende stroom momenten, Ik verwonder en verblijd mij dagelijks over mijn nieuwe habitat. Ik woon in mijn eigen vakantie. De uitbundigheid van de kerkklokken vanochtend, het is eerste kerstdag, illustreerden de continue herinnering dat ik nu in dit buitenland woon en dat zou mijn ogenblik voor dit jaar kunnen zijn, maar ik hoop dat die stroom van verwondering en blijdschap niet stopt. Het is een continuüm, geen moment.

Het moment

Na het abrupt stoppen van mijn carrière als front-end developer, het gedwongen moeten beëindigen van mijn webfietsenhandel en de daarop volgende periode van sikkeneuren en chagrijnen, begon ik op zondag 19 juli 2015 om kwart over tien ‘s ochtend met het schrijven van het boek “Op zoek naar Jan de Groot”. Een proces van maandenlang intensief werken afgewisseld met lange periodes van grootse luiheid leverden een incompleet verhaal op waarvan ik na 300 geschreven pagina’s nog niet wist wat het plot zou moeten zijn. Nadat de verhuizing, herinrichting en inburgering hier in het zuiden het volgende gat in de voortgang had geslagen, kwam ergens in juni de realisatie dat de datum waarop het werkstuk het driejarig bestaan zou vieren heel snel naderde. Nog zes weken en vijftig pagina’s dan kon het precies op die verjaardag klaar zijn. Het werden drieeneneenhalve maand, 200 pagina’s, maar met een sluitend plot. Het manuscript mocht de deur uit naar de literaire agenten. Een reis waar het nog steeds mee bezig is.

“Ik kan schrijven,” was de realisatie nadat de laatste punt getypt was. Het moment.

Copy en Concept

Tussen 1980 en 2000 heb ik in verschillende hoedanigheden mij aan de beeldende kant van de reclame bevonden, vaak gezeten tegenover een copywriter. Nu de tijd om de stoelen te wisselen. Schrijven in dienst van de marketing-communicatie. Het SEO handige domein copyenconcept.nl bleek beschikbaar en daarna werd het onderzoek, voorbereiden, potentiële klanten zoeken, het netwerk uitbouwen. De visitekaartjes liggen bij de drukker.

Het moment van 2018 gaat in het volgende jaar materialiseren, ik kijk al uit naar de plezierige stress die ik zo lang gemist heb en ik ga mijn slagen maken in de technische B-to-B. Een gaschromatograaf is spannender dan mayonaise, hoewel ik dat laatste zeker niet ga schuwen en er ongetwijfeld een ambachtelijke fabrikant daarvan hier in de Limburgse heuvels te vinden is. Pindakaas, cloudservices, appelstroop, biopolymeren.

Het moment van drie jaar geleden, de realisatie dat er een boek geschreven moest worden, heeft naar het moment van dit jaar geleid. Ik kan schrijven.

Gele hesjes in Maastricht

De eerste demonstratie van de gele hesjes die ik hier in Maastricht zag zal zo’n anderhalve week geleden zijn geweest. Wel geteld twaalf mensen stonden op het bordes van het gemeentehuis te toeteren en borden omhoog te houden. Het was overduidelijk te zien aan de pamfletten dat het ambulance personeel was en ik kan me voorstellen, als ik alle berichtgeving van de laatste paar jaren mag geloven, dat die absoluut reden hebben om te klagen. Om onverklaarbare redenen is het een onveilig beroep geworden en ongetwijfeld zullen ze in het kader van de alom heersende bezuinigingen ook zwaar onderbetaald zijn. Het trok slechts vertwijfelde blikken van de passanten die op weg waren om bij mode- en schoenenzaken hun geld te doneren aan een volledig ander doel.

Afgelopen zaterdag, 8 december 2018, waren er een aantal demonstraties in Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Maastricht. In de laatste twee steden gingen rond de tweehonderd personen de straat op, in Rotjeknor en de Hofstad lag dat aantal wat lager. Het aantal ontevredenen is dus marginaal of misschien is het aantal ongeïnteresseerden overheersend hoog.

De cijfers naast elkaar leggend kent deze stad een opkomst die procentueel gezien, zes keer hoger ligt dan die in de hoofdstad. We hebben hier 120.000 mensen, trek daar nog eens 20.000 studenten vanaf die andere zaken aan het hoofd hebben, zoals het goedkoop inkopen van bier en dan is het gele hesjes protest in Maastricht opeens het grootste van Nederland.

Is het verklaarbaar?

In Maastricht zijn de scheidslijnen tussen arm en rijk met een mes getrokken. Ik meet alles af aan Amsterdam, ik woon hier tenslotte nog geen jaar en de stad die veertig jaar mijn residentie is geweest, is mijn referentiekader. In de hoofdstad zijn de scheidslijnen tussen arm en rijk diffuser. Het alom geprezen Maastricht, de stad die zo mooi is en rijk aan terrassen en restaurants en modezaken is maar een heel klein gebied tussen treurige nieuwbouwwijken, geannexeerde dorpen en voormalige Vogelaarbuurten. Daar is armoede en ontevredenheid.

Als je dag-in, dag-uit geconfronteerd wordt met een collectief geklaag wordt het steeds moeilijker om nog een positief licht aan het einde van die tunnel te zien. Natuurlijk gaat er veel fout in dit land, ik zal de eerste zijn om dat toe te geven, er gaat ook heel erg veel goed. Diffusie van verschillende inkomensgroepen in een wijk zorgt voor nuance. Als tegen een negatieve mening een positief geluid wordt gesteld ben je gedwongen om daar over na te denken. Als de focus alleen maar ligt op hoe zwaar je genaaid wordt, dan leidt de weg alleen maar naar de Action om een geel, volledig onmodieus kledingstuk te kopen. Dat is wat in deze stad aan de hand is en daarom loopt er een hoog percentage van de bevolking hier te demonstreren.

Ik had graag foto’s toegevoegd, maar kon niets vinden dat copyrightvrij leek, dus om gezeik te voorkomen …

Eleanor: het verhaal van de Alubooyah Fatbike

Ooit had ik een handeltje in exclusieve racefiets accessoires. Leren stuurlinten, Speedplay pedalen en heel veel verschillende zaken om moeilijke voeten goed op de pedalen te zetten. Na een paar jaar kreeg ik de kans om Aluboo fietsen te gaan importeren. Bamboo frames gecombineerd met aluminium. Fantastisch spul maar binnen de conservatieve wereld van de wielrenners moeilijk te verkopen.

alubooyah frame Op een gegeven moment krijg ik een bestelling voor een fiets uit Zweden en die moet uit de VS komen. De verzendkosten zijn per doos en niet het gewicht. Dit gebeurt op het moment dat de de Fatbike hype begint. MTB’s met tractorbanden. Mijn leverancier heeft net dat model gelanceerd, dus koop ik dat frame erbij om de doos te vullen.

Tot het bouwen van een fiets kwam het niet, het heeft een paar jaar aan de muur gehangen. Chicles, zo heette het bedrijfje redt het niet en ik verkoop het frame met zwaar verlies aan mijn dealer in België. Zijn bedrijf overlijdt ook en mijn zoon, Philip, koopt het frame weer terug. Dat zwerft nog een paar maanden door Nederland om uiteindelijk weer te landen in mijn stek in Maastricht.

We gaan bouwen

Eindelijk valt het besluit om er een volwaardige fiets van te maken. Philip komt naar mijn domicilie en ik haal de montage standaard uit de berging. Hij bestelt onderdelen en dingen en sloten en gps-sram-onderdelemtrackers. De beoogde bouwtijd is twee weken. DHL, Postnl en UPS leveren dagelijks dozen. We lopen tegen twee grote hobbels aan. Binnenbanden zijn niet leverbaar, maar erger, we kunnen geen wielen vinden met de de vereiste naafmaten. We moeten zelf wielen gaan spaken, maar zoals de grote filosoof Drs P. Langkous al zei” “ ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” Murphy’s Law slaat hard toe; 72 spaken hebben we nodig en er arriveren er maar 36. De velgen komen snel, maar de naven hebben een langere levertijd. Het project loopt uit.

Glamping

Philip stuit op een aanhangkarretje met ingebouwde tent. Het is niet meer leverbaar, maar het idee om zo luxueus mogelijk naar Berlijn, waar hij woont, terug te fietsen laat hem niet meer los. Hij kruipt op internet en bestelt. De dagelijkse stroom van bezorgingen neemt weer toe. We beginnen een persoonlijke band op te bouwen met de bezorgers. Er komt een tent, een opblaasbare lattenbodem matras, een karretje, een zadelpenkoffer, en een USB oplaadbaar Nespresso apparaat. Net als met de fiets; met vertraging.

Alubooyaf fatbikeEleanor

De Alubooyah met de 3,8 inch banden oogt massief en is desondanks sneller dan verwacht. Met de categorie 10 sloten en gps-trackers zijn er genoeg redenen om haar te vernoemen naar de beroemde Ford Mustang uit “Gone in Sixty Seconds”. Eleanor.

Maastricht-Berlijn

Vijf weken duurt het voordat dit project is afgerond. We hebben zelf een fiets gebouwd en wielen gespaakt. We zijn trots.. Ik doe hem uitgeleide naar Thorn en hij bereikt Berlijn. Door verdwalen een dikke achthonderd kilometer. In plaats van de 735. Probleemloos.

Er gaan meer van deze lange ritten volgen. Globale informatie is te vinden op philys-world-tours.com.

Personeelsadvertenties en datingprofielen

Goed geschreven personeelsadvertenties selecteren, de dames van Human Resources hebben het al druk genoeg en die wil je niet door tweehonderd emails met uitbundig geschreven C.V.’s laten waden. Idealiter wil je slechts een reaktie hebben van de perfecte potentiele werknemer.

Behalve de functie-omschrijving is er geen verschil met het componeren van een dating-profiel. Het is een uitnodiging tot solliciteren. Je kunt wel heel trots zijn dat je 250 reacties hebt ontvangen op Lexa, die ongetwijfeld gegenereerd worden door je hoogtevrees inboezemende decolleté, als je er geen relatie aan overhoud, is het een verspilling van tijd geweest.

Alweer lang geleden heb ik mij op het glibberige pad van de online contactadvertenties begeven en daar de tactiek van de personeelsadvertentie toegepast. Een kandidaat is voldoende. Daarnaast ben ik lui aangelegd; de reacties moeten naar mij komen en ik ga niet honderden profielen lezen waarin wijn drinken voor de open haard en strandwandelen tot de standaard functievereisten horen. Bovendien moet de kandidaat een goede indruk krijgen van mij (lees bedrijf), het moet passen.

Dat leidde tot het volgende stukje.

Saaie man zoekt extraverte brutale vrouw.

Ik schijn wat saaiïg te zijn. Niet dat ik dat zelf vind. Ondernemend en veel te enthousiast als het over nieuwe dingen en zaken gaat, maar zal niet snel verzinnen om naar het strand te rijden.

Ik doe wat tricky shit met complexe websites op het snijvlak tussen creatie en programmatuur. Dat is een verhaal dat ik alleen maar kwijt kan als jij je eigen server kan installeren. Geen halszaak, een lot dat ik ken.

Een verleden in creatieve beroepen als illustrator, art-director, kunstenaar en mislukt scenarioschrijver. Nagenoeg altijd als free-lancer. Elke 10 jaar slaat de verveling toe. Dus het volgende plan om fietsenmaker te worden staat alweer in de steigers.

Ik ben beticht van een groots gevoel voor humor en een pijnlijke eerlijkheid. Het omgekeerde is ook het geval. Flexibel als gietijzer hoort ook bij de recensies. Nog eentje dan: “this guy screams trouble” (Boektitel en paginanummer op aanvraag)

Chaotisch, slordig, maar geen spijkerbroeken of t-shirt drager. Dat dan weer niet. Schijn wel aardig te kunnen koken. Ben daar wel ambitieus in.

Ik vind mezelf wel een leuk mens en kan ook goed met mezelf opschieten. Weinig ruzie met mijn ik.

In CV-daten geloof ik niet. Alles dat anders uitpakt dan mijn gedroomde lijstje van wensen, blijkt dan toch altijd weer heel erg OK.

Ik val (als een blok) op sterke, brutale ondeugende vrouwen. Een goed gesprek aan de keukentafel om de wereld even te verbeteren onder het genot van een borrel is een pre, net als een fantastisch stel benen.

Er kwamen een vijftal reacties waar er vier meteen afvielen door pogingen door de profiel foto’s, vermeende pogingen tot lolligheid en de uitnodiging om een fietsbel te komen repareren.

“Ik heb verschrikkelijk moeten lachen. Ik wil wel een borrel met je drinken.” was de openingszin van een van de reagerenden. Er stond nog iets meer in, maar het leek de basis voor een gesprek en dat leidde tot een relatie. Missie volbracht.

Het voorbeeld is wat extreem, maar de benadering van de personeelsadvertentie is hetzelfde:
– Profileer je bedrijf.
– Geef aan wat je te bieden hebt buiten het marktconforme salaris.
– Definieer je kandidaat zo goed mogelijk en sluit zoveel mogelijk uit.
– Doe dit alles in de tone-of-voice die je bedrijf eigen is.
De dames van HR zullen je dankbaar zijn.

Copy en Concept

Op zoek naar een agent

Het verhaal is geschreven, dus nu ligt er een manuscript. Een pak papier van bijna 500 vellen, dat een boek wil worden. De meest voor de hand liggende stap is om het op te sturen naar uitgeverijen, zodat na een aantal afwijzingen er een gevonden wordt die de commerciële mogelijkheden erkent en het uitgeeft. Het uitgeverijwezen kent een grote complexiteit. Uitgevers hebben fondsen die zich specialiseren op genres, die op hun beurt het moeten doen met een budget dat niet oneindig is. Het gerucht gaat dat het gemiddelde boekenbedrijf zo’n 1200 manuscripten per jaar ontvangt waarvan ongeveer 1 procent daadwerkelijk met een drukpers in aanraking komt. Om het niet tot schieten met hagel te laten verworden, die ook nog eens gepaard gaat met aanzienlijke print- en portokosten, zou een uitgebreid onderzoek noodzakelijk zijn. Grote delen van mijn freelance bestaan zijn bepaald door agenten, headhunters, recruitmentbureaus, talent scouts en andere met modieuze namen behangen bemiddelaars. Deze vertegenwoordigers rekenen uiteraard percentages die varieren tussen uitermate redelijk en volslagen absurd, maar onder de streep blijft er altijd een bedrag over dat hoger is dan ik met mijn persoonlijke verkoop zou kunnen bereiken. De keuze om een literair agent te zoeken ligt dus om een aantal redenen voor de hand. Bijkomend voordeel is dat, waar utgeverijen het werk graag op papier willen hebben om de zweem van mogelijk plagiaat te vermijden, agentschappen er geen bezwaar tegen hebben om het schrijfsel in digitale vorm te ontvangen. Als er uit die hoek iets verdachts zou verschijnen zou de reputatieschade groot zijn. En dat spaart postzegels, pakpapier en een gang naar de printshop.

Zo simpel is het dus, of … ?

genres keuze stressHet indienen van een manuscript dient vergezeld te gaan van zaken als een persoonsbeschrijving en een synopsis. Dan ontstaan de variaties. De een wil het hele verhaal, de ander een deel en de derde wil het strikt gelimiteerd hebben op vijftig pagina’s. Corps 12 als vereiste lettermaat op regelafstand anderhalf is vrij universeel, dat geldt niet voor het gevraagde lettertype. Times Roman, Times New Roman en Tahoma zijn enkele varianten die ik ben tegengekomen. Als dit alles zou zijn wat gevraagd wordt is de hoeveelheid vereiste arbeid te overzien. De laatste agent die ik van mijn volume heb voorzien wilde nog iets meer weten en dat ontaardde wel in werk. Dat ze een titel wil weten is begrijpelijk, maar dan volgt de vraag welk genre het is waarbij ik kan kiezen uit een uitklapmenu met 31 vermeldingen. Religie, management en young adult vallen uiteraard af evenals populaire psychologie, waarna twijfel ik tussen literaire fictie en commerciële roman. Het eerste lijkt me iets te pretentieus. Het geschatte aantal woorden is eenvoudig; mijn tekstverwerker heeft dat bijgehouden. 208.546. Omschrijving doelgroep. Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik heb er geen voor ogen gehad toen ik mijn verhaal schreef. Vakantiegangers met een afgeronde HAVO-opleiding? Vrouwen boven de vijfendertig met uitzonderlijke mooie benen? Bouwvakkers met een afgebroken filosofiestudie? Ik laat het maar leeg. “Beschrijving personages, locaties, onderwerpen en thema’s” Personages en locaties is relatief eenvoudig als ik me beperk tot de hoofdpersonen en Schotland, Amsterdam en Maastricht. Onderwerpen en thema’s vereist een analyse van mijn eigen werk, waar ik me nog niet aan geweid heb. Geld, auto’s, lekker eten en heel veel witte wijn dekt de lading wel grotendeels, maar ik moet dat ingewikkelder maken om een schijn van intellectualiteit te wekken. Het verhaal gaat over keuzes en het lukt omdat tot honderdvijftig woorden om te ouwehoeren. Er mogen plaatjes bij en gelukkig heb ik een paar tekeningen liggen die voor het boek gemaakt zijn en dan na twee dagen noeste arbeid kan ik op de knop verzenden drukken.

Copyrights en ik, een gespannen verhouding

creative commons
“Creative Commons 10th Birthday Celebration San Francisco” by Timothy Vollmer is licensed under CC BY 2.0

In ’80/’81 woonde ik op het Perris Valley Parachute Center in California Ik verdiende daar mijn geld met parachutes vouwen, de bar bedienen en het ontwerpen van bedrukkingen van t-shirts. Drie jaar later kwam ik er weer langs en zag met enige verbazing dat er shirts rond liepen die zeker van mijn hand waren, maar aar ik me niet van kon herinneren dat ik of iemand anders ze had laten drukken. Het bleek dat na mijn vertrek in de vorige periode mijn tekeningen uit het vuil waren gehaald en dat er een aantal shirts van gedrukt waren. Ik had me daar natuurlijk erg over kunnen opwinden, want natuurlijk was er iemand die de kledingstukken verkocht had en dat had zeker enige winst opgeleverd. Ik heb het erbij gelaten. Ik vond het niet belangrijk.

Het geeft goed weer hoe ik tegenover mijn eigen “Intellectueel eigendom” sta. Je verzint iets en dan is het je eigendom? Het is een concept waar ik wat moeite mee heb, te meer daar ik regelmatig het gevoel heb dat ik als doorgeefluik fungeer, dan dat ik zelf iets creëer, om nog maar te zwijgen over de “happy little accidents” (©Bob Ross) en voortdurende toevalligheden, waarvan ©Willem de Ridder ooit zei dat het zo heet omdat het je toevalt.
Tegelijkertijd vind ik dat je niet mag stelen en dat credit is, where credit is due. Met de verregaande staat van digitalisering is kopiëren nog eenvoudiger geworden dan het al was. Het platen lenen bij de bibliotheek en die vervolgens opnemen op de bandrecorder was ook niet heel moeilijk, maar toch tijdrovender. Fotografen lijken het hardst getroffen, maar voor de bezigheden die ik verricht lijkt het hele idee van intellectueel eigendom veel minder relevant. Kunst die uitgeprint wordt heeft nooit die kwaliteit als het echte werk, als er een tekst van mij geleend wordt zou het leuk zijn als mijn naam vermeld wordt. Copyright is ook pretentieus. De advertentie van de eigen genialiteit. Kijk mij eens geweldig zijn. Daar schuilt ook iets pathetisch in.

Dus: copyrights volgens de Creative Commons

Ik ben gelukkig niet de enige die er zo over denkt en daarvoor heeft de Creative Commons licenties in het leven geroepen om delen en lenen onder voorwaarden mogelijk te maken. Deze pagina’s vallen onder Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License. Dat betekent dat je mag lenen, kopiëren en bewerken wat je hier vind, zo lang je dat maar doet onder dezelfde licentie met een link naar het originele materiaal en het niet voor commerciële doeleinden is. Als je mijn werk deelt en je verdient er wat aan dan wil ik graag meedelen in de opbrengsten.

Ben ik nu een tevreden mens?

Niet helemaal en misschien ga ik in de toekomst nog wel eens naar een eenvoudiger licentie die alleen maar zegt dat alles wat je hier meeneemt niet onder je eigen copyright mag vallen.

Bed and Breakfast Joke de Groot. Nieuwe site.

Joke de Groot runt een Bed and Breakfast in oostelijk Maastricht en heeft dus een website. Die was inmiddels vier jaar oud en ingehaald door de techniek. Het werkte goed op een laptop, maar niet op telefoon of tablet. Ook de tekst was achtergebleven bij de ontwikkelingen.

Breakfast and bed Joke de GrootAls je een accommodatie boekt, dan heb je de bestemming al gekozen en dus kan de informatie over de stad, in dit geval Maastricht, summier zijn. Uit de reviews die in de loop der jaren gegeven werden bleek dat zij als gastvrouw erg gewaardeerd werd. Het mocht dus persoonlijker, zowel in de tekst als tone-of-voice. Zo kwamen er nog eental eisen boven tafel; prijzen en info over de B&B kunnen toegankelijker.

Dat betekende het compleet herschrijven van de teksten en herstructureren van de site. Dan is het beter om al het oude weg te gooien en opnieuw te beginnen. Dat is gebeurd. Er is gekozen voor een zogenaamde one-pager zodat alles goed te bekijken is op een smartphone. De teksten moesten compacter geschreven moesten worden en uiteindelijk werd het een compleet redesign. De eerste reacties zijn uitermate positief. Nu gaat de klant kijken wat het effect is op het aantal boekingen dat eruit komt. Het is tenslotte niet voor de kat zijn k..

bedandbreakfast.jokedegroot.nl

Waarom je vooral niet in Maastricht moet gaan wonen.

Ik ben ervan beticht dat ik aan het bijbeunen ben voor de Maastrichtse VVV sinds ik hier woon. Zulks is niet het geval, maar is wel een idee. @visitmaastricht, leest u even mee? In het kader van een stukje ontmoedigingsbeleid, om maar eens een populaire term te gebruiken, wat puntjes die sommigen tegen kunnen staan.
Maastricht, MaasoeverElke ochtend wordt ik gewekt door ten minste drie kerkklokken, waarna een minuut later het carillon van het stadhuis zich er in dit tumult mengt en die zal zich vervolgens de rest van de dag elk uur blijven melden. Vrijdag’s en zaterdags zijn er wat avondmissen en er trouwt en overlijdt ook nog wel eens iemand. Ook bij deze gelegenheden laten de klokken zich horen. In Amsterdam genoeg  reden voor de oprichting van buurtcommitees en actiegroepen, hier beieren ze onverstoord door.

Staat er slechts een klant voor je bij de kleinere winkelier, dat betekend niet dat je snel aan de beurt bent. Gezondheden of het gebrek daaraan, famillietoestanden en het weer moeten eerst de revue passeren. Als je dan aan de beurt bent wordt er keurig geëxcuseerd dat het wat langer duurde, maar het moest. Ik begrijp het. Bij officiële instanties blijven dingen ook wel eens wat langer in een bureaula liggen. Dan is er nog het Maastrichts kwartiertje. Afspraken gaan, laten we zeggen, wat losser.

Iedereen spreekt hier Nederlands, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Wil ik een tuutsje bij mijn kemisse? Er is een trots op het Maastrichts dialect. Het wordt gesproken door alle lagen van de bevolking en niet zoals andere delen van het land toegewezen aan de lagere klassen. Patat is friet waar we zoervleis bij eten. Alleen bij de Febo heet dat zuurvlees en ik kan inmiddels een pelske of een randje bestellen en met voldoende overtuiging “hoi hoi’ zeggen.

Het stadhuis wordt opgesierd door drie vlaggen. De Europese wordt geflankeerd door de Limburgse en de Mestreechse. De enige keer dat ik de Nederlandse vlag heb gezien was toen die halfstok hing bij het overlijden van een wethouder. Luik, Aken, Keulen, Hasselt, het is allemaal belangrijker dan Den Haag of Amsterdam. Dus als je tegen de de Europese gedachte bent is dit niet de goede plek.

Er is veel meer. Het gevoel van eigen identiteit, mannen met sjaaltjes, tip-top verzorgde vrouwen, processies, Andre Rieu die het centrum lamlegt.
Geef iets meer fooi als je een weekendje langskomt, je bent tenslotte een zuinige Hollander.